Van Lauwerszee naar Lauwersmeer

Het Lauwersmeer. Eén van de mooiste stukjes van de Nederlandse natuur. Op dit moment tenminste. 44 jaar geleden lag datzelfde gebied er heel troosteloos bij. Dat was in de zomer van 1969, nadat in mei van datzelfde jaar de dijk bij Lauwersoog voltooid was en er op het keerpunt tussen eb en vloed geen doorgang voor het water meer mogelijk was vanuit de Waddenzee.

Dat was het moment waarop Lauwerszee ophield te bestaan en het Lauwersmeer werd. Dat begin was geen mooi begin. Zandplaten vielen droog en vissen en schelpdieren hadden geen overlevingsmogelijkheden meer. De eens zo mooie, rijke Lauwerszee veranderde in korte tijd in een stinkende, zwarte poel, een kerkhof van zeedieren. Niet voor niets waren veel natuurorganisaties fel gekant tegen het plan om de Lauwerszee af te sluiten. Maar de angst voor het water in de provincie had het gewonnen van deze geluiden.

Nu, bijna 45 jaar later, heeft de natuur zich op wonderbaarlijke wijze hersteld. Door de regen spoelde het zout langzaam uit de bodem. De zandplaten veranderden langzamerhand in steeds vruchtbaar wordende vlakten met riet en veel andere begroeiing. Als we niets doen doen ontwikkelt het gebied, net als ieder ander natuurgebied in Nederland, uiteindelijk tot een bos met vooral eiken en beuken.

Daarom wordt door grote grazers geprobeerd het gebied open te houden. Waardoor het gebied een ideaal gebied is voor allerlei riet-, roof- en watervogels. Een rijk gevarieerd gebied, waarbij je bij ieder bezoek weer nieuwe geheimen kunt ontdekken.