Farmaceutische industrie geeft toe: medicijnen werken vaak niet

Eerder deze week kreeg ik een artikel onder ogen met als titel: Medische wetenschap blijkt kwakzalverij. Ik was direct geïnteresseerd, omdat ik al jaren mijn vragen heb bij de manier waarop er in de medische wetenschap gewerkt wordt. Niet omdat ik denk dat de wetenschappelijke methode op zich niet deugt, maar vooral omdat het vooral om geld en macht draait en frauderen eenvoudiger is dan je zou denken.

Feiten
Hoewel het dus geen verrassing was, schrok ik van de cijfers uit dat artikel: Volgens het Evidence Based Handbook werkt maar 12% van de 2500 meest gebruikte medicijnen; dat zijn er dus maar 300. Dat getal is gebaseerd op het aantal medicijnen waarbij minimaal één onderzoek bekend is die bewijst dat de medicijnen echt werken. Schokkend? Dan meld ik er eerlijkheidshalve maar bij dat van nog eens 23 procent een zwak bewijs is gevonden in onderzoeken. Het zou dus kunnen dat 35% wel werkt.
Het is nog erger, van een deel van de medicijnen is vast te stellen dat het middel erger is dan de kwaal: bij 3% (dat zijn er gelukkig niet zo veel!) is zijn de ongunstige bijwerkingen erger dan de gunstige effecten en bij 8% zijn er evenveel gunstige als ongunstige effecten. 5% van de medicijnen werkt gewoon niet. En dan is er nog 49% waarvan het domweg niet bekend is of het medicijn werkt of niet. Terwijl de farmaceutische industrie daar miljarden aan verdient.

Onzekerheden
Je zou je kunnen afvragen hoe dit kan. Er worden toch allerlei onderzoeken gedaan voordat de medicijnen op de markt komen? Waarom worden anders al die studenten betaald die als bijbaantje af en toe wat pillen testen?
Ja, die tests worden zeker wel gedaan. De ontwikkeling van een geneesmiddel kost jaren, omdat het middel eerst in het laboratorium getest wordt en daarna nog op patiënten. Eén van de oorzaken zou kunnen zijn dat er in de wetenschap gewerkt wordt op basis van statistiek. Simpel gezegd wordt er bij ieder onderzoek berekend hoe groot de kans is dat de uitkomsten op toeval berusten. Stel dat het medicijn bij 6 personen getest wordt en het werkt bij 4 personen. Dan is de kans dat dat toeval is best groot. Gooi maar eens met 4 dobbelstenen: je zou zomaar 4 zessen kunnen gooien. In de wetenschap is de afspraak dat we berekenen hoe groot de kans is dat de uitkomsten op toeval berusten. Als die kans kleiner is dan 5% (of 1%) noemen we de resultaten significant en spreken we af dat we mogen zeggen dat het geen toeval is. Maar die kans is wel 5%! Dus zouden 5 van de 100 onderzoeken toch toevallig zijn? Het verhaal zit iets minder simpel in elkaar, maar een feit is dat we nooit kunnen uitsluiten dat er toeval in het spel is.

Fraude
En dan is er nog de kwestie van fraude. Een wetenschappelijke ethische commissie uit Kopenhagen voegt aan de feiten uit het Evidence Based Handbook nog iets toe, namelijk dat zo’n 75% van de onderzoeksrapporten van die 12% werkende medicijnen, op fraude berusten. Dat zou betekenen dat nog maar 3% van die medicijnen ook daadwerkelijk werkt.

Fraude in de wetenschap kennen we sinds Diederik Stapel. Hij is er het levende bewijs van dat het mogelijk is om onderzoeksresultaten net wat mooier te maken dan ze zijn, zonder dat iemand het door heeft. Ik heb zelf ook onderzoek gedaan, en er was niemand die mijn onderzoeksresultaten controleerde. Als ik in mijn dataset een paar getallen had aangepast zodat de resultaten mooier werden, had niemand dat ontdekt.
Waarom zouden mensen bij zulke belangrijke onderzoeken willen frauderen? Daar zijn verschillende redenen voor: allereerst kom je in de wetenschap alleen vooruit als je promoveert. Om te promoveren moet je een aantal artikelen over je onderzoeken publiceren. Maar er is geen tijdschrift die artikelen gaat publiceren die als conclusie hebben: er is geen resultaat. Dus je moet resultaten halen om carrière te maken. En ach, als je dan een paar getallen aanpast, is er geen haan die er naar kraait.
Daarnaast hebben farmaceutische bedrijven er vaak belang bij dat medicijnen op de markt komen. Ik durf niet te zeggen hoe ze het doen, maar er zijn genoeg aanwijzingen dat onderzoeksgroepen alleen subsidie krijgen van farmaceutische bedrijven als ze met positieve resultaten komen. En zonder geld kan er geen onderzoek gedaan worden. Het schokkende vond ik dat dit al in 2003 werd toegegeven door een groot farmaceutische fabrikant: Allen Roses, een Amerikaanse topman van het grootste Britse farmaceutische bedrijf Glaxo Smith Kline (GSK), zei al dat de medicijnen die huisartsen en specialisten voorschrijven in 50-75 % van de gevallen voor slechts een minderheid heilzaam zijn.

Slikken of stikken?
Wat wil ik hier nu mee zeggen? Dat we moeten stoppen met medicijnen slikken? Nee! Want je zal maar net bij die groep horen voor wie het wél werkt. Wat ik wel denk, is dat hier meer aandacht voor moet komen. Ik volg al jaren medisch nieuws en heb hierover nog nooit iets gehoord in de media. Ik wil dan ook alle journalisten oproepen om zich hier eens in te verdiepen. Want ik geloof wel dat de media sterk staat in dit soort dingen en veranderingen kan veroorzaken. Want hoewel ik kritisch sta tegenover wetenschap, ben ik er ook voorstander van. Laten we proberen te zorgen dat de wetenschap eerlijker wordt, open is in wat zij doen en resultaten behaald die daadwerkelijk ergens toe leiden.