Update

Wie de laatste maanden mijn website bekeek, kon de indruk hebben dat Bio-exact Communicatie op sterven na dood is. Geen nieuwe publicaties, geen nieuwe blogs en geen twitterberichten, alles lag stil. Maar niets is minder waar! Achter de schermen werd er hard gewerkt.

Want wat is er zoal gebeurd? Allereerst heb ik het druk gekregen met allerlei eindredactieklussen. Bij Noordhoff Uitgevers voor lesmateriaal, bij Insite Media voor tijdschriften voor leerkrachten en docenten en voor het POCT-magazine van het Medisch Centrum Leeuwarden. Dat laatste lag echt in mijn straatje, omdat ik artikelen kreeg, geschreven door experts, die leesbaar gemaakt moesten worden voor leken. Ontzettend leuk om te doen met een resultaat om trots op te zijn.

Daarnaast is het schrijfwerk ook gewoon doorgegaan. Zo mocht ik een aantal weken geleden Anton Scheurink interviewen, mijn favoriete professor (die heel terecht dit jaar gekozen werd tot docent van het jaar bij de RUG). Ruim zeven jaar geleden schreef ik bij hem een bachelorscriptie over anorexia en verslaving, daarna nog een artikel daarover voor de patiëntenvereniging (die is hier te lezen). Nu mocht ik hem interviewen voor de Broerstraat 5, met als resultaat een artikel waar ik ook trots op ben (bekijk hier de PDF).

De laatste maanden ben ik ook druk met netwerken bij BNI, een internationale netwerkorganisatie. Dat brengt mij in contact met veel ondernemers, waar ik ook af en toe webteksten en dergelijke voor mag schrijven. Voorbeelden volgen nog.

Nog zo’n dingetje waar ik echt trots op ben: een informatiebord over pimpelmezenonderzoek bij Landgoed de Vosbergen in Eelde, waarvan de teksten van mijn hand komen. Een indruk van het bord krijg je hier. Zo blijft mijn werk afwisselend: schrijven, lesgeven, bijles geven, netwerken en eindredactiewerk. Gevarieerd? Ja, zeker! Maar allemaal met dezelfde kenmerken: ik kan er mijn passie voor onderwijs, schrijven en biologie in kwijt. Zodat werken steeds een feestje blijft.

Farmaceutische industrie geeft toe: medicijnen werken vaak niet

Eerder deze week kreeg ik een artikel onder ogen met als titel: Medische wetenschap blijkt kwakzalverij. Ik was direct geïnteresseerd, omdat ik al jaren mijn vragen heb bij de manier waarop er in de medische wetenschap gewerkt wordt. Niet omdat ik denk dat de wetenschappelijke methode op zich niet deugt, maar vooral omdat het vooral om geld en macht draait en frauderen eenvoudiger is dan je zou denken.

Feiten
Hoewel het dus geen verrassing was, schrok ik van de cijfers uit dat artikel: Volgens het Evidence Based Handbook werkt maar 12% van de 2500 meest gebruikte medicijnen; dat zijn er dus maar 300. Dat getal is gebaseerd op het aantal medicijnen waarbij minimaal één onderzoek bekend is die bewijst dat de medicijnen echt werken. Schokkend? Dan meld ik er eerlijkheidshalve maar bij dat van nog eens 23 procent een zwak bewijs is gevonden in onderzoeken. Het zou dus kunnen dat 35% wel werkt.
Het is nog erger, van een deel van de medicijnen is vast te stellen dat het middel erger is dan de kwaal: bij 3% (dat zijn er gelukkig niet zo veel!) is zijn de ongunstige bijwerkingen erger dan de gunstige effecten en bij 8% zijn er evenveel gunstige als ongunstige effecten. 5% van de medicijnen werkt gewoon niet. En dan is er nog 49% waarvan het domweg niet bekend is of het medicijn werkt of niet. Terwijl de farmaceutische industrie daar miljarden aan verdient.

Onzekerheden
Je zou je kunnen afvragen hoe dit kan. Er worden toch allerlei onderzoeken gedaan voordat de medicijnen op de markt komen? Waarom worden anders al die studenten betaald die als bijbaantje af en toe wat pillen testen?
Ja, die tests worden zeker wel gedaan. De ontwikkeling van een geneesmiddel kost jaren, omdat het middel eerst in het laboratorium getest wordt en daarna nog op patiënten. Eén van de oorzaken zou kunnen zijn dat er in de wetenschap gewerkt wordt op basis van statistiek. Simpel gezegd wordt er bij ieder onderzoek berekend hoe groot de kans is dat de uitkomsten op toeval berusten. Stel dat het medicijn bij 6 personen getest wordt en het werkt bij 4 personen. Dan is de kans dat dat toeval is best groot. Gooi maar eens met 4 dobbelstenen: je zou zomaar 4 zessen kunnen gooien. In de wetenschap is de afspraak dat we berekenen hoe groot de kans is dat de uitkomsten op toeval berusten. Als die kans kleiner is dan 5% (of 1%) noemen we de resultaten significant en spreken we af dat we mogen zeggen dat het geen toeval is. Maar die kans is wel 5%! Dus zouden 5 van de 100 onderzoeken toch toevallig zijn? Het verhaal zit iets minder simpel in elkaar, maar een feit is dat we nooit kunnen uitsluiten dat er toeval in het spel is.

Fraude
En dan is er nog de kwestie van fraude. Een wetenschappelijke ethische commissie uit Kopenhagen voegt aan de feiten uit het Evidence Based Handbook nog iets toe, namelijk dat zo’n 75% van de onderzoeksrapporten van die 12% werkende medicijnen, op fraude berusten. Dat zou betekenen dat nog maar 3% van die medicijnen ook daadwerkelijk werkt.

Fraude in de wetenschap kennen we sinds Diederik Stapel. Hij is er het levende bewijs van dat het mogelijk is om onderzoeksresultaten net wat mooier te maken dan ze zijn, zonder dat iemand het door heeft. Ik heb zelf ook onderzoek gedaan, en er was niemand die mijn onderzoeksresultaten controleerde. Als ik in mijn dataset een paar getallen had aangepast zodat de resultaten mooier werden, had niemand dat ontdekt.
Waarom zouden mensen bij zulke belangrijke onderzoeken willen frauderen? Daar zijn verschillende redenen voor: allereerst kom je in de wetenschap alleen vooruit als je promoveert. Om te promoveren moet je een aantal artikelen over je onderzoeken publiceren. Maar er is geen tijdschrift die artikelen gaat publiceren die als conclusie hebben: er is geen resultaat. Dus je moet resultaten halen om carrière te maken. En ach, als je dan een paar getallen aanpast, is er geen haan die er naar kraait.
Daarnaast hebben farmaceutische bedrijven er vaak belang bij dat medicijnen op de markt komen. Ik durf niet te zeggen hoe ze het doen, maar er zijn genoeg aanwijzingen dat onderzoeksgroepen alleen subsidie krijgen van farmaceutische bedrijven als ze met positieve resultaten komen. En zonder geld kan er geen onderzoek gedaan worden. Het schokkende vond ik dat dit al in 2003 werd toegegeven door een groot farmaceutische fabrikant: Allen Roses, een Amerikaanse topman van het grootste Britse farmaceutische bedrijf Glaxo Smith Kline (GSK), zei al dat de medicijnen die huisartsen en specialisten voorschrijven in 50-75 % van de gevallen voor slechts een minderheid heilzaam zijn.

Slikken of stikken?
Wat wil ik hier nu mee zeggen? Dat we moeten stoppen met medicijnen slikken? Nee! Want je zal maar net bij die groep horen voor wie het wél werkt. Wat ik wel denk, is dat hier meer aandacht voor moet komen. Ik volg al jaren medisch nieuws en heb hierover nog nooit iets gehoord in de media. Ik wil dan ook alle journalisten oproepen om zich hier eens in te verdiepen. Want ik geloof wel dat de media sterk staat in dit soort dingen en veranderingen kan veroorzaken. Want hoewel ik kritisch sta tegenover wetenschap, ben ik er ook voorstander van. Laten we proberen te zorgen dat de wetenschap eerlijker wordt, open is in wat zij doen en resultaten behaald die daadwerkelijk ergens toe leiden.

Nieuw initiatief: huiswerkbegeleiding

Logo-Huiswerkbegeleiding-Exact-klein

In het voorjaar van 2013 heb ik besloten het lesgeven niet langer met mijn werk als wetenschapsjournalist te combineren. Niet omdat ik het lesgeven niet leuk vind, maar omdat dat veel tijd kost. Tijd die je niet zelf in kunt delen. Daardoor moest ik steeds kiezen tussen een goed voorbereide les of tijd steken in een goed artikel. Een keus die ik niet meer wilde maken.

Nu ben ik dus fulltime freelancer. Een keus waar ik geen moment spijt van heb. Maar ik miste het contact met leerlingen wel. Ik schrijf nog wel lesmateriaal, maar daarmee heb je geen directe interactie met pubers. Daarom besloot ik bijles te gaan geven.

Dat werd een succes. Mijn bijlesleerlingen halen geen onvoldoendes meer, maar zevens voor biologie. Daarom werd het tijd voor een volgende stap: mijn eigen huiswerkinstituut. Twee middagen in de week ben ik open voor alle leerlingen die hulp nodig hebben bij exacte vakken. Een leuke nieuwe uitdaging. Een uitdaging die goed in te plannen is. Zodat mijn werk als wetenschapsjournalist niet in gedrang komt. Zodat mijn opdrachtgevers tevreden blijven, en ik ook.

Van Lauwerszee naar Lauwersmeer

Het Lauwersmeer. Eén van de mooiste stukjes van de Nederlandse natuur. Op dit moment tenminste. 44 jaar geleden lag datzelfde gebied er heel troosteloos bij. Dat was in de zomer van 1969, nadat in mei van datzelfde jaar de dijk bij Lauwersoog voltooid was en er op het keerpunt tussen eb en vloed geen doorgang voor het water meer mogelijk was vanuit de Waddenzee.

Dat was het moment waarop Lauwerszee ophield te bestaan en het Lauwersmeer werd. Dat begin was geen mooi begin. Zandplaten vielen droog en vissen en schelpdieren hadden geen overlevingsmogelijkheden meer. De eens zo mooie, rijke Lauwerszee veranderde in korte tijd in een stinkende, zwarte poel, een kerkhof van zeedieren. Niet voor niets waren veel natuurorganisaties fel gekant tegen het plan om de Lauwerszee af te sluiten. Maar de angst voor het water in de provincie had het gewonnen van deze geluiden.

Nu, bijna 45 jaar later, heeft de natuur zich op wonderbaarlijke wijze hersteld. Door de regen spoelde het zout langzaam uit de bodem. De zandplaten veranderden langzamerhand in steeds vruchtbaar wordende vlakten met riet en veel andere begroeiing. Als we niets doen doen ontwikkelt het gebied, net als ieder ander natuurgebied in Nederland, uiteindelijk tot een bos met vooral eiken en beuken.

Daarom wordt door grote grazers geprobeerd het gebied open te houden. Waardoor het gebied een ideaal gebied is voor allerlei riet-, roof- en watervogels. Een rijk gevarieerd gebied, waarbij je bij ieder bezoek weer nieuwe geheimen kunt ontdekken.

Effectief schrijven is ook je schrijfstijl aanpassen aan de opdrachtgever

Iedere communicatiewetenschapper weet het: de tekst die je schrijft moet passen bij de doelgroep. Je moet je doelgroep aanspreken. Je moet weten wie je doelgroep is.

Daar ben ik het zonder meer mee eens. Ook ik heb dat geleerd, en ook ik vraag me altijd af voor wie ik schrijf. In een schoolboek voor het voortgezet onderwijs gebruik je een andere toon als in een persbericht namens de universiteit. Een webtekst voor een ondernemer heeft een andere toonzetting als een artikel voor een medisch vakblad.
[Lees meer…]

ZZP’er: de balans na een jaar

Inmiddels bestaat Bio-exact Communicatie al een jaar. Tijd om de balans op te maken. Dat deel ik graag met de lezers van mijn blog, omdat verschillende mensen mij vragen hoe het bevalt om ZZP’er te zijn. Dus even geen onderwijs of wetenschap, maar ondernemerschap. Even geen onderzoeksresultaten en andere wijsheden, maar mijn eigen ervaringen.
[Lees meer…]

Leerprestaties verhogen? Accepteer kauwgom op school!

Asociaal bellen-blazende jongeren, kauwgom onder stoelen en tafels en onsmakelijke smakgeluiden: het zijn allemaal logische redenen waarom scholen kauwgom verbieden. En volwassenen die kauwgom kauwen worden al gauw gezien als onverschillige mensen. Zo heeft kauwgom in de loop van tijd een negatief imago gekregen. Jammer, want kauwgom kauwen kan ontzettend nuttig zijn!
[Lees meer…]

Kritische wetenschap?

Door de drukte van de laatste weken had ik al een tijdje geen Bionieuws meer gelezen. Vanmorgen was het tijd om die achterstand in te halen. Het lezen van het laatste nieuws in de biologie-wereld was schokkend. De wetenschap blijkt niet zo betrouwbaar als de wereld altijd denkt. Waar is de kritische houding van de wetenschap gebleven?

[Lees meer…]

Gezond eten en drinken?

Appelsap vertraagt het optreden van alzheimer, maar kan wel voor verstopping zorgen. Bovendien is appelsap erg zuur, dus slecht voor de tanden. Melk is goed voor elk, maar zou wel prostaatkanker kunnen bevorderen en verstoort soms de insulineproductie. Eén glas alcohol per dag is goed voor het hart en de bloedvaten, maar er zitten relatief veel caloriëen in, waardoor je wel weer dikker kunt worden. En dát is weer niet goed voor je hart en bloedvaten.

[Lees meer…]

Ongeïnteresseerde pubers of krantlezers?

Docent worden of wetenschapsjournalist? Toen ik voor die keus stond, leek die simpel. Docent zijn leek mij een vreselijk vak. Iedere dag opnieuw ongeïnteresseerde irritante pubers voor je neus. Ongeïnteresseerde pubers bij wie de leerstof toch naar binnen gestampt moet worden. Als het niet goedschiks wil, dan maar kwaadschiks. Nee, dan kun je maar beter wetenschapsjournalist zijn. Dan heb je tenminste een publiek die op je verhaal zit te wachten. Dácht ik.

[Lees meer…]